|
Belemmeringen en Stoornissen
Waardoor kunnen klachten en problemen ontstaan met het gedrag?
In de ontwikkeling van het kind spelen aanleg en omgeving een belangrijke rol.
Door de wisselwerking tussen aanleg en omgeving is het vaak moeilijk zicht te
krijgen op de werking van elk afzonderlijk. Daarnaast speelt ook de rijping van
het centrale zenuwstelsel een rol. Deze rijping vindt niet alleen in de baarmoeder
plaats maar doet er zo'n vijfentwintig jaar over. (zie Martine Delfos,
De schoonheid van het verschil, pagina 45, 72 en 73) Tot slot speelt
voeding een belangrijke rol. Niet alleen om het lichaam in stand te houden,
maar voeding heeft ook invloed op het gedrag. Steeds duidelijker wordt dat
het al dan niet nemen van bepaalde stoffen het gedrag van de mens in belangrijke mate
beïnvloedt.
Ouders merken aan het gedrag van hun kind dat er iets aan de hand is.
Gedragsproblemen kunnen onderverdeeld worden in gedrags-belemmeringen en in
gedrags-stoornissen.
Van een gedrags-belemmering is sprake als de omgeving in interactie met het
kind tot een vertraagde ontwikkeling van het kind leidt.
De aanleiding tot de gedragsbelemmering ligt buiten het kind. Er zijn meer oorzaken mogelijk.
Bijvoorbeeld: gezinsomstandigheden, schoolsituatie, puberteit, trauma of echtscheiding.
De therapie richt zich dan op het oplossen van het interne probleem bij het kind,
dat voor gedragsproblemen in de buitenwereld zorgt. Indien mogelijk wordt
de omgeving erbij betrokken.
Van een gedrags-stoornis is sprake als de oorzaak voornamelijk ligt in de aanleg
of de rijping van het centraal zenuwstelsel. Deze oorzaak kan niet worden weggenomen.
Het doel van de therapie is dan het kind te leren omgaan met de klachten die
door de stoornis worden veroorzaakt. Dat gebeurt door de Ik-sterkte te
vergroten waardoor het kind zich sterker, beter en rustig voelt.
|
|
|
|